Het Nederlandse belastingstelsel: een blik op de belangrijkste wijzigingen in 2026

Het Belastingplan 2026 is op 16 december 2025 aangenomen door de Eerste Kamer. De inflatiecorrectie voor 2026 bedraagt 2,9%, wat doorwerkt in tariefschijven, heffingskortingen en aftrekposten. Tegelijk zorgt aanhoudende onduidelijkheid over box 3 ervoor dat spaarders en beleggers keuzes moeten maken op basis van regels die nog volop in beweging zijn.

Onzekerheid box 3: belasting betalen op vermogen dat er niet is

Box 3 werkt in 2026 nog steeds met een forfaitair rendement. Dat betekent dat de Belastingdienst een fictief rendement berekent op spaargeld, beleggingen en overige bezittingen, ongeacht wat iemand werkelijk verdiend heeft. Wie in een slecht beursjaar verlies leed, betaalt toch belasting over een veronderstelde winst.

Zie ook: Wetgeving omtrent privacy in Nederland: wat verandert er in 2026?

Het kabinet kondigde op 2 oktober 2026 aan dat het via een novelle bij het wetsvoorstel voor werkelijk rendement zoveel mogelijk naar een vermogenswinststelsel wil. Daarvoor is spoedadvies gevraagd aan de Raad van State. Tot die hervorming daadwerkelijk wet wordt, blijft het forfaitaire stelsel gelden.

Dit plaatst beleggers in een lastige positie. Overstappen naar een defensiever fonds verlaagt het forfaitaire rendement op papier, maar beperkt het werkelijke rendement. Spaargeld aanhouden lijkt veilig, maar het forfait voor spaargeld wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld. Wie verwacht dat de nieuwe wetgeving pas in 2027 of later ingaat, moet zijn aangifte over 2026 gewoon onder het huidige stelsel doen, inclusief eventuele bezwaarschriften als het forfait hoger uitvalt dan het werkelijke rendement.

Lees ook: De invloed van Brexit op Nederlandse ondernemingen: juridische consequenties

Vrouwelijke belastingadviseur bespreekt fiscale hervormingen 2026 met collega in modern Amsterdams kantoor

Inflatiecorrectie en tarieven inkomstenbelasting 2026

De inflatiecorrectie van 2,9% verhoogt de schijfgrenzen in box 1. Dat klinkt positief, maar het effect is zuiver technisch: zonder deze correctie zou de belastingdruk stijgen doordat lonen door inflatie nominaal groeien. De correctie voorkomt dat werkenden stilzwijgend in een hogere schijf vallen.

Concreet veranderen onder meer de volgende onderdelen door het Belastingplan 2026:

  • De zelfstandigenaftrek daalt verder. Dat is onderdeel van een meerjarig afbouwpad dat al enkele jaren loopt, waardoor zzp’ers elk jaar een iets hogere belastbare winst overhouden.
  • De regeling voor extraterritoriale kosten (ETK, ook wel de 30%-regeling genoemd) wordt versoberd. Expats die in Nederland werken, kunnen een kleiner deel van hun loon onbelast ontvangen.
  • Het percentage van de aftrek bij geen of geringe eigenwoningschuld gaat omlaag. Eigenaren die hun hypotheek grotendeels hebben afgelost, merken dit direct in hun aangifte.

Al deze aanpassingen staan los van de inflatiecorrectie: het zijn bewuste beleidskeuzes uit het Belastingplan 2026.

Energiebelasting en de belastingvermindering in 2026

De belastingvermindering op de energierekening wordt in 2026 minder sterk verlaagd dan eerder gepland. Dit is een subtiel maar merkbaar verschil. Huishoudens betalen via hun energierekening onder meer energiebelasting en opslag duurzame energie. De vaste belastingvermindering compenseert een deel daarvan.

Dat de verlaging van die vermindering wordt afgeremd, betekent dat huishoudens netto iets minder kwijt zijn dan in het eerdere scenario. Het scheelt doorgaans enkele tientjes per jaar, maar voor huishoudens met een laag inkomen tikt elk bedrag aan.

Fiscale fietsregeling en RVU-drempelvrijstelling

Twee kleinere maar praktisch relevante wijzigingen verdienen aandacht. De fiscale regeling voor zakelijk fietsen is verduidelijkt in het Belastingplan 2026. Werkgevers kunnen een fiets ter beschikking stellen aan werknemers, vergelijkbaar met een auto van de zaak. De verduidelijking maakt het voor salarisadministraties eenvoudiger om de bijtelling correct toe te passen.

Daarnaast blijft de drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (RVU) bestaan. Werkgevers die oudere werknemers een overbrugging bieden tot de AOW-leeftijd, kunnen tot een bepaald bedrag vrijgesteld van de RVU-heffing uitkeren. De fiscale drempelvrijstelling voorkomt dat deze regeling voor werkgevers financieel onaantrekkelijk wordt.

Aangifte doen terwijl de regels nog bewegen

Het bijzondere aan het belastingjaar 2026 is dat belastingplichtigen hun aangifte moeten baseren op regels waarvan de houdbaarheid politiek ter discussie staat. Dat geldt vooral voor box 3. Een bezwaarprocedure tegen het forfaitaire rendement blijft voor beleggers een reële optie, zolang het werkelijkerendementstelsel niet van kracht is.

Voor de overige wijzigingen (zelfstandigenaftrek, ETK-regeling, eigenwoningaftrek) geldt dat de richting helder is: het zijn stappen in een meerjarig traject. Wie als zzp’er of expat zijn financiële planning voor de komende jaren wil bijstellen, kan daarbij rekenen op verdere afbouw in dezelfde lijn.

De combinatie van vaststaande wetgeving en onzekere hervorming maakt 2026 een jaar waarin tijdig advies inwinnen bij een fiscalist meer oplevert dan afwachten. Niet omdat de regels ingewikkeld zijn, maar omdat ze halverwege het jaar al weer kunnen verschuiven.

Uitgelicht