Stel: u verkoopt al jaren producten aan een Britse klant. De factuur ging zonder douanepapieren de grens over, btw werd intracommunautair afgehandeld en bij een geschil gold automatisch een Europese verordening. Sinds 1 januari 2021 klopt dat plaatje niet meer. Het Verenigd Koninkrijk is een derde land voor Nederlandse ondernemers, en dat heeft juridische consequenties die verder reiken dan alleen de douane.
Oorsprongsregels bij export naar het Verenigd Koninkrijk
De meeste concurrerende artikelen beginnen bij douaneformaliteiten of bij de vraag wat de status van derde land inhoudt. Maar het punt waar ondernemers het vaakst struikelen, is specifieker: de oorsprongsregels in het EU-VK Handels- en Samenwerkingsakkoord.
Zie ook: Het Nederlandse belastingstelsel: een blik op de belangrijkste wijzigingen in 2026
Dat akkoord voorkomt invoerrechten, maar alleen als uw product aan de oorsprongsregels voldoet. Gebruikt u halffabricaten uit China of Turkije in uw eindproduct? Dan telt dat onderdeel mogelijk niet mee als “EU-oorsprong”. Het gevolg: uw Britse afnemer betaalt alsnog invoerrechten, of u verliest de order aan een concurrent die wél aan de regels voldoet.
Concreet betekent dit dat u per product moet kunnen aantonen waar de onderdelen vandaan komen. Dat vereist een sluitende leveranciersverklaring in uw administratie. Zonder die verklaring kunt u geen preferentiële oorsprong claimen, ook al is het product grotendeels in Nederland gemaakt.
Ook interessant: Aansprakelijkheid bij bedrijfsongevallen: juridische aspecten in Nederland
Btw-aangifte: het verschil tussen EU-handel en handel buiten de EU
Heeft u gecontroleerd of uw boekhoudsysteem Britse transacties correct classificeert? De Nederlandse Belastingdienst maakt in de btw-aangifte een helder onderscheid tussen leveringen en diensten binnen de EU en die daarbuiten.

Voor ondernemingen die Britse transacties administratief nog als intracommunautaire handel behandelen, is dat een concreet risico. U geeft de omzet dan aan in de verkeerde rubriek, wat kan leiden tot naheffingen of boetes.
Wat verandert er precies?
- Leveringen aan het VK vallen niet meer onder de intracommunautaire rubriek, maar onder de rubriek voor export naar landen buiten de EU.
- Bij import uit het VK betaalt u invoer-btw bij de Douane, tenzij u gebruikmaakt van de verleggingsregeling (artikel 23).
- Dienstenverkeer volgt andere btw-regels dan goederenverkeer, en het VK valt nu onder de regels voor niet-EU-landen.
Laat uw boekhouder of fiscalist de btw-rubrieken controleren. Eén verkeerde rubriek maakt het verschil tussen een schone aangifte en een correctieverplichting.
Contracten met Britse partijen: rechtskeuze en geschilbeslechting
Bij juridische consequenties van Brexit denken veel ondernemers aan douane en btw. Maar de gevolgen voor bestaande contracten zijn minstens zo ingrijpend. EU-verordeningen over bevoegdheid en erkenning van vonnissen gelden niet meer automatisch in de relatie met het VK.
Wat betekent dat in de praktijk? Als u een geschil heeft met een Britse contractpartij en een Nederlandse rechter wijst vonnis, dan is afdwinging van dat vonnis in het VK niet meer vanzelfsprekend. De EU-regels voor wederzijdse erkenning zijn weggevallen. In plaats daarvan zijn de Haagse verdragen van 2005 en 2019 nu het belangrijkste juridische houvast.
Het Haags Forumkeuzeverdrag van 2005 werkt alleen als uw contract een exclusieve forumkeuzeclausule bevat. Zonder zo’n clausule kunt u niet terugvallen op dit verdrag. Het bredere Haags Vonnisverdrag van 2019 is recenter en biedt meer mogelijkheden, maar de toepasbaarheid hangt af van de specifieke situatie.
Controleer daarom bestaande contracten op drie punten:
- Staat er een expliciete rechtskeuze in het contract (bijvoorbeeld Nederlands recht)?
- Bevat het contract een exclusieve forumkeuzeclausule die verwijst naar een specifieke rechter?
- Is er een arbitrageclausule opgenomen als alternatief voor een procedure bij de overheidsrechter?
Zonder deze bepalingen loopt u het risico dat u een vonnis haalt in Nederland dat u vervolgens niet kunt uitvoeren in het Verenigd Koninkrijk.
Fytosanitaire inspecties als extra juridische drempel
Naast de douane-afhandeling bestaan er afzonderlijke regels voor planten en plantaardige producten. De EU stelt eisen aan fytosanitaire inspecties, gereguleerde organismen en certificering. Die eisen gelden nu ook voor import uit het VK.
Dit raakt Nederlandse importeurs van bijvoorbeeld bloembollen, groenten of houtproducten uit het Verenigd Koninkrijk. Zelfs als de douaneaangifte correct is, kan een zending worden tegengehouden bij een fytosanitaire inspectie. De extra inspectielast verhoogt kosten en levertijd, ook voor goederen die eerder zonder controle de grens passeerden.

Handelsfrictie rond sanitaire en fytosanitaire controles is bovendien geen aflopend probleem. De uitvoering van deze afspraken tussen de EU en het VK blijft een actueel aandachtspunt, wat betekent dat regels en procedures kunnen verschuiven.
Persoonsgegevens en intellectueel eigendom na Brexit
De Europese Commissie heeft een adequaatheidsbesluit genomen voor het VK, waardoor persoonsgegevens voorlopig zonder extra waarborgen mogen worden doorgegeven. Dat besluit is echter niet permanent en wordt periodiek herzien. Ondernemers die structureel persoonsgegevens uitwisselen met Britse partijen doen er goed aan een terugvaloptie in hun verwerkersovereenkomst op te nemen, zoals standaardcontractbepalingen.
Voor intellectueel eigendom geldt dat EU-merken en Gemeenschapsmodellen niet meer automatisch bescherming bieden in het VK. Wie zijn merk ook op de Britse markt wil beschermen, moet apart registreren bij het UK Intellectual Property Office.
De juridische consequenties van Brexit voor Nederlandse ondernemingen zitten niet alleen in de grote thema’s als douane en btw. Ze zitten ook in de contractclausule die u vergeet aan te passen, de fytosanitaire inspectie die u niet verwacht en het adequaatheidsbesluit dat op een dag kan vervallen. Wie nu zijn contracten, administratie en registraties doorloopt, voorkomt verrassingen wanneer de regels opnieuw verschuiven.